 |
Auteur |
Bericht |
 |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Do 16 Okt, 2003 |
|
|
Hé erg veel bedankingetjes Brainhacker, dit is precies wat ik zocht.
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Do 16 Okt, 2003 |
|
|
| Quote: |
| kijk eens aan, als iedereen met zijn dromen zou bezig zijn zouden alle wereldproblemen meteen opgelost zijn. |
Met de genoemde tijdspanne ("meteen" is wel erg snel hoor!) kan ik het niet helemaal eens zijn, maar vwb het statement op zich meen ik dat er maar erg weinig mensen op deze planeet zijn die zich beseffen (of die de mentale vrijheid hebben om zich te beseffen) hoe waar jouw uitspraak is.
Informatie is de "name of the game", luitjes; hoewel ik nog niet overtuigd ben van de mogelijkheid om lucide dromen te "delen" (gezamelijk mee te maken, ik heb er slechts enkele gesprekjes over gezien) ben ik er wel zeker van dat dit een gegarandeerde shortcut naar het be-eindigen van iedere problematiek is, hetzij de individuele shit waar we zo nu en dan mee te maken krijgen, hetzij de globale rommel die wij er met z'n allen van gemaakt hebben.
Los van alle fantastische toepassingen die je bedenken kunt voor LD's denk ik dat de meest praktische van allen wel het 'upgraden' van onze taal is. Woorden zijn leuk voor een gesprek op GTST niveau, zodra je er een politieke arena mee binnenstapt ontdek je al snel hoe verraderijk en meervoudig uitlegbaar (of weerlegbaar, as the case may be) woorden op zichzelf zijn.
Maar visuele communicatie is (letterlijk!) een heel ander verhaal. Er bestaat geen plaats voor wederzijds onbegrip of misinterpretatie wanneer hetgeen je uitspreekt visueel zichtbaar voor alle partijen voor je staat. En LD's gaan nota bene nog verder dan dat: de emotionele context van een stelling kan worden overgebracht, letterlijk zoals degeen die het "uitspreekt" het bedoelt! Er bestaat (nog) geen enkele vorm van communicatie die daar toe in staat is.
Maar zie in onze wereld, onze "cultuur" zo je wilt, het belang van dromen maar eens onder de aandacht te brengen. Je wordt direct gelijk geschaard met theeblad-lezers, hobby astrologen en wiggelroede-lopers (niets persoonlijks btw, mochten zich hier theeblad-lezers, hobby astrologen of wiggelrode-lopers bevinden!)
Conform de Mayaanse kalender (volgens sommigen de enige betrouwbare kalender die ooit bestaan heeft) hebben we nog acht jaar voor 'the big surprise' zich aandient. We moeten zend-tijd kopen!
Euh .. ik ben geloof ik erg ver van de originele topic verwijderd
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
Geplaatst: Do 16 Okt, 2003 |
|
|
Sorry, misschien is dit een hele domme vraag. Maar wat is 'GTST-niveau'?
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Do 16 Okt, 2003 |
|
|
Dat van die berekening van de Maya's in 2012... Dat is pure onzin, dat weet je toch?
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Do 16 Okt, 2003 |
|
|
| Quote: |
| wat is 'GTST-niveau'? |
Luchtig, heel luchtig
| Quote: |
| Dat van die berekening van de Maya's in 2012... dat is pure onzin, dat weet je toch? |
Neen, dat wist ik nog niet: verlicht mij!
Ik ben nog volop bezig met 'Timewave Zero' en ben in afwachting van Rupert Sheldrake's nieuwste publicatie, waarvan het gerucht gaat dat 'ie daar nog het een en ander over te melden heeft. Ik ben vele malen bekender met de seminars van McKenna maar sinds diens overlijden is mijn hoop in het vaststellen of we hier met iets echts te maken hebben gevestigd op Sheldrake. En om eerlijk te zijn, ik heb nog geen onzin kunnen ontdekken, laat staan pure onzin..
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
Alvast heb ik dit artikel even gekopieerd, er is een sterk verband met 2012. Lees het maar goed
5/5/2000
Nog zo'n tweeënhalf jaar en het is zover: de 'ontsloping van de aardbol' door een opmerkelijke samenstand der planeten. Richard Noone weet er alles van. Waarschijnlijk zelfs meer dan hem lief is.
Minstens 250.000 mensen moeten in het voorjaar van het jaar 2000 de lucht in. Letterlijk wel te verstaan. In het Amerikaanse stadje Stelle wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van speciale vliegtuigen die gedurende een week of twee 20 kilometer boven het aardoppervlak kunnen verblijven. Na die twee weken is de kust weer veilig en kunnen de leden van de Broederschap terugkeren naar hun planeet, die dan echter onherkenbaar van uiterlijk zal zijn veranderd.
In Stelle, zo'n honderd kilometer ten zuiden van Chicago, weten ze dat in het voorjaar van het jaar 2000 de wereld vergaat. De zuidpool is topzwaar geworden, en als gevolg van een zeldzame planeetsamenstand begint de hele aardkorst op 5 mei te verschuiven, met alle gevolgen van dien. En zeg niet dat je niet gewaarschuwd bent, want 6000 jaar geleden is het allemaal al voorspeld door de bouwers van de Egyptische piramiden.
Hoe de vork precies in de steel zit, valt te lezen in 5/5/2000. Ice: the ultimate disaster van Richard Noone. Vijftien jaar geleden verscheen het boek ook al, maar toen zonder de omineuze datum in de titel. Nu het nieuwe millennium voor de deur staat, is er kennelijk reden om de mensheid opnieuw de stuipen op het lijf te jagen, met magisch jaartal en al.
Dat planeetsamenstanden voor kommer en kwel op aarde kunnen zorgen, is algemeen bekend. Ruim 200 jaar geleden raakte de Friese boerenbevolking in paniek toen dominee Eelco Altena uit Bozum onder het pseudoniem 'Een liefhebber der waarheid' een boekje het licht deed zien met de onheilspellende titel: Godgeleerde en Philosophische bedenkingen over de Conjunctie van de Planeten Jupiter, Mars, Venus, Mercurius en de Maan, op den agsten May staande te gebeuren en wel over de Mogelijke en Waarschijnlijke Sterre- en Natuurkundige gevolgen deezer Conjunctie, waaruit opgemaakt kan worden, dat die niet alleen invloed kan hebben op onzen Aardbol, maar ook op het ganze zonnestelsel, waartoe wij behooren, en eene voorbereiding of een beginmaking van de ontsloping of vernieling van hetzelfde, ten deele of geheel zou kunnen zijn. Dat was schrikken, totdat wolkammer en amateurastronoom Eise Eisinga uit Franeker met zijn zelfgebouwde planetarium kon laten zien dat de aarde niets te vrezen heeft van een schijnbare samenscholing van planeten. De 8ste mei 1774 verliep zonder noemenswaardige incidenten.
In 1974 leek het echter opnieuw raak. In dat jaar verscheen het boek The Jupiter Effect, nota bene van de hand van astronoom John Gribbin en co-auteur Stephen Plagemann, waarin werd voorspeld dat eind 1982 alle planeten aan één kant van de zon zouden staan, met mogelijk desastreuze gevolgen voor de zon zelf. Gribbin, inmiddels een succesvol wetenschapsjournalist, wordt niet graag herinnerd aan zijn bijdrage aan het boek (dat vernietigende recensies kreeg in de wetenschappelijke pers). De planeten kwamen en gingen, en de zon scheen in 1983 onverminderd voort.
Noones boek is heel andere koek dan dat semi-wetenschappelijke van Gribbin en Plagemann. Het is pseudo-wetenschap op z'n best, en verplichte kost voor liefhebbers van het genre. In een kleine vierhonderd pagina's, verluchtigd met archaïsche gravures, complexe lijntekeningen en wazige zwartwitfoto's, brengt de auteur ons in contact met vele wonderen. Een greep uit de inhoud wekt de indruk dat we met een encyclopedie van de pseudo-wetenschappen te maken hebben, want we ontmoeten we er onder andere het verloren continent Mu/Atlantis, Immanuel Velikovsky, de wereldkaart van Piri Re'is, Erich von Däniken, wichelroedelopers, pyramid power, kirlianfotografie, de CIA, de Kabbalah, Jezus van Nazareth, reïncarnatie, numerologie, de Zondvloed, de plagen van Egypte, Piltdown Man, de steen van Rosetta, Stonehenge, de Tempeliers, vrijmetselaars, de I Ching, de Rozenkruisers, de mystieke geschriften van Herodotus en de hoge intelligentie van de Cro-Magnonmens.
De stijl is beproefd. Serieuze wetenschappers worden steevast afgeschilderd als conservatieve lieden die niet weten waar ze eigenlijk mee bezig zijn (egyptologen zonder olifantshuid kunnen het boek maar beter ongelezen laten); onderzoekers die 'het licht' hebben gezien, hebben indrukwekkende titels en werken op vooraanstaande instituten; feiten, halve waarheden en verzinsels worden aaneengeregen ter ondersteuning van uit de lucht gegrepen hypothesen; de argeloze lezer wordt in verwarring gebracht door lange reeksen vragen en vermoedens die zo worden verwoord dat de gewenste verklaring zich bijna automatisch aandient; citaten worden uit hun verband gerukt, waardoor het zelfs lijkt alsof een aarts-skepticus als Carl Sagan in de wilde theorieën van Noone gelooft en interviews met collega-fantasten zijn letterlijk uitgeschreven om een zweem van authenticiteit te creëren.
In grote lijnen komt Noones theorie erop neer dat er in het jaar 4000 voor Christus ook een pole shift ('poolloop') heeft plaatsgevonden (arme bewoners van Mu/Atlantis), en dat de grote piramide van Cheops gebouwd is als waarschuwing aan de mensheid. Want uit een nauwkeurige studie van de beweging van de maanschaduw hadden de leden van een geheime Egyptische broederschap opgemaakt dat de catastrofe zich zesduizend jaar later zou herhalen. Op 5 mei 2000 is het 'de eerste keer in zesduizend jaar dat alle planeten in het zonnestelsel vrijwel op één rechte lijn staan.' Dat vraagt natuurlijk om moeilijkheden. Gelukkig is de geheime boodschap van de piramiden via obscure wegen bewaard gebleven en heeft zij Richard Kieninger bereikt, die in 1963 The Ultimate Frontier schreef. In dat boek kondigde Kieninger de oprichting van twee leefgemeenschappen aan, één in Stelle, Illinois, en de ander in Adelphi, Texas. De volgelingen van Kieninger werken aan de redding van de mensheid, en zullen de 'ontsloping van de aardbol' hopelijk vanuit de hoogte gadeslaan, om pas terug te keren wanneer Antarctica op de evenaar ligt en de oceanen weer tot bedaren zijn gekomen.
Hoewel alles in Noones boek gericht is op de op handen zijnde catastrofe, gaat het voor het overgrote deel toch gewoon over de onopgeloste geheimen van de grote piramide. Er wordt heerlijk gegoocheld met getallen (je moet wel alle maten in inches uitdrukken, anders blijft er van een deel van de numerologie weinig heel); de piramiden in Midden-Amerika zijn natuurlijk van de partij, en er wordt een heel legertje van architecten en bouwkundigen voor het voetlicht gehaald die uitleggen waarom het eerste wereldwonder nooit gebouwd kan zijn op de manier die egyptologen ons willen doen geloven. De 'mysterieuze' rode kleurstof waarmee de piramide oorspronkelijk bedekt was, was natuurlijk afkomstig van de 'komeet Venus', die volgens Velikovsky immers vlak langs de aarde scheerde en voor 'regens van bloed' zorgde - zie ook Exodus. Verder wordt de grote piramide afwisselend afgeschilderd als een prehistorische machine (Noone: 'a physico-mathematical facility'), een kolossale inductiespoel, een schaalmodel van het noordelijk halfrond van de aarde, en een ingenieuze waterpomp.
Kostelijk leesvoer, al begint het na tweehonderd pagina's wel enigszins te vervelen. Jammer genoeg komt het 'Orion mysterie' (de piramiden zouden samen een kaart van de sterrenhemel vormen) nauwelijks ter sprake, en ben ik ook de boeiende theorie van het leylijnennetwerk tussen de Cheopspiramide en Stonehenge niet tegengekomen. Daarentegen krijgt de Lijkwade van Turijn royaal aandacht (die Jezuskop blijkt ook in de piramide voor te komen!) alsmede de ontdekking dat dinosauriërs en mensen tegelijkertijd hebben geleefd (handig, zulke beesten, als je piramiden wilt bouwen).
Maar hoe zit het nu met 5 mei 2000? Komt die planeetsamenstand er echt, en heeft dat dan helemáál geen invloed op de aarde? Het antwoord op die vraag werd 36 jaar geleden al gegeven door de Belgische astronoom en rekenaar Jean Meeus. Die rekende toen al (zonder zakrekenmachine o.i.d.) uit dat de zeven 'klassieke planeten' (zon, maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) op vrijdag 5 mei 2000 binnen een gebied van dertig graden aan de hemel staan, gezien vanaf de aarde. Meeus was niet alleen de eerste die deze samenstand opspoorde (Noone denkt dat de Amerikaanse astronoom Julius Staal het bedacht had), maar hij rekende ook voor dat de extra getijdenkracht op de aarde als gevolg van de planeetsamenstand een zesde promille bedraagt van de 'normale' getijdenkrachten. Geen enkele reden tot paniek dus.
Het aardigste van Meeus' publicatie (in het Amerikaanse tijdschrift Sky & Telescope van december 1961; een update is te vinden in het nummer van augustus 1997) is echter dat hij laat zien dat zulke groeperingen helemaal niet zo zeldzaam zijn. Tussen het jaar 1 en het jaar 2100 komen er bijna elke eeuw wel een of twee voor (Meeus onderzocht alleen de groeperingen waarbij de zeven hemellichamen binnen 30 graden bij elkaar aan de hemel staan). De 'krapste' vond plaats op 15 september 1186: iets meer dan elf graden. De meest indrukwekkende op... 5 februari 1962!
De samenstand van 5/2/1962 (er is nooit een boek verschenen met die titel...) was extra bijzonder omdat er ook nog een totale zonsverduistering plaatsvond. Bij alle andere door Meeus onderzochte samenstanden (inclusief die van 5 mei 2000) worden de planeten volledig overstraald door de zon, en is er met het blote oog dus niets van het verschijnsel te zien. Maar op die vijfde februari 1962 bevond de maan zich exact voor de zon, en waren de vijf planeten midden op de dag zichtbaar.
In 5/5/2000 lees je vanzelfsprekend niets over al deze andere samenstanden. Noone lijkt echter behoorlijk goed thuis te zijn in de materie, dus het is heel onwaarschijnlijk dat hij niets weet of wist van 5/2/1962. Maar ja, elke auteur weet het: de kunst van het schrijven bestaat uit het weglaten... Het zou me dan ook niet verbazen wanneer het boek in de loop van de volgende eeuw gewoon nóg een keer verschijnt, onder de titel 2/11/2100. Ook aan de vooravond van de tweeëntwintigste eeuw staan de planeten dicht bij elkaar aan de hemel, dus dit piramidale doemboek is in een handomdraai te actualiseren.
Govert Schilling
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
Fan van SHELDRAKE? Hier een leuk artikel over hem en zijn geloofwaardigheid, veel leeswerk, maar vooral het laatste stuk vind ik goed
Auteurs: Marcel van Genderen,
Bart Koene & Jan Willem Nienhuys
Bron: Skepter 14(2), juni 2001
*
Rupert 'morfogenetisch veld' Sheldrake denkt dat kristallen kunnen leren. Dat lijkt makkelijk te testen, maar een uitgebreide briefwisseling maakte duidelijk dat de ultieme test onhaalbaar is – en onnodig.
Sinds 1981 beweert de Britse plantenfysioloog Rupert Sheldrake dat stoffen moeten leren te kristalliseren, en dat ze het gaandeweg ook steeds beter kunnen. Hij herhaalde deze claim in zijn boek The presence of the past (1988): 'Het is in feite bekend onder chemici dat het meestal moeilijk is om nieuw gesynthetiseerde stoffen te laten uitkristalliseren. Het kan wel weken of maanden duren voordat er kristallen verschijnen in oververzadigde oplossingen. Bovendien wordt het steeds makkelijker verbindingen te laten kristalliseren, naarmate ze vaker gemaakt worden.' (p.131). Daar zijn allerhande verklaringen voor, maar volgens Sheldrake kon de zogeheten morfische resonantie (zie kader) ook een rol spelen. Hij vervolgde: 'Het is gemakkelijk om experimenten te ontwerpen om [dit] te testen.'
Die proeven, althans met nieuw gesynthetiseerde verbindingen, kwamen er niet. (1) Begin 1997 stelde een lezer van Skepter een nieuwe test voor. Sheldrake had inmiddels bedacht dat naarmate nieuwe verbindingen vaker uitgekristalliseerd worden, ze niet alleen makkelijker kristalliseren, maar de nieuwe kristallen zouden ook bij telkens hogere temperaturen smelten. Bij farmaceutische bedrijven, zo bedacht deze lezer, worden heel vaak nieuwe substanties gesynthetiseerd. Dat zou een goede testmogelijkheid opleveren. Je zou van zo'n nieuwe stof een smeltpunt kunnen bepalen en een portie in de koelkast bewaren. Een tijdje later, als de stof al een paar maal opnieuw bereid of gezuiverd is, kan het smeltpunt van de bewaarde portie opnieuw bepaald worden. Dit doe je met een flink aantal substanties. Sommige worden in de tussenliggende tijd opnieuw bereid en andere niet. Je zou duidelijke verschillen moeten zien in smelttemperatuur bij de ene groep, en veel minder duidelijke bij de andere groep. Simpel toch?
Dit idee leidde tot een briefwisseling met Sheldrake. Voor het tot proeven kon komen moesten er nog wel een paar zaken opgehelderd worden. We kwamen er achter waar Sheldrake zijn ideeën op baseert, maar ook waarom een proef er wel nooit zal komen. Niettemin toonde Sheldrake zich tevreden.
Sheldrake wordt gefascineerd door 'zelf-organiserende' processen in de meest brede zin. Dat kunnen moleculen zijn die zich aaneenvlijen in kristallen, eiwitmoleculen die zich min of meer spontaan in maar één enkele vorm opvouwen, embryo's die uitgroeien tot een volledig organisme, en het gedrag van mens en dier. Het sociaal gedrag van termieten, de werking van het geheugen, de galop van een paard, de vlucht van een zwerm spreeuwen, en het oplossen van kruiswoordpuzzels zijn allemaal voorbeelden van processen waarvoor Sheldrake een verklaring zoekt. Hij is er tamelijk duidelijk over dat alles wat voor hem op machineachtige werking berust al een verklaring heeft. Hij zoekt zijn verklaringen in zogeheten morfogenetische velden (zie kader).
'Een sterker veld'
In de biologie wordt de term 'morfogenetisch veld' gebruikt in verband met concentraties van diverse stoffen in een embryo. Variaties in deze concentraties sturen de ontwikkeling van de cel in het embryo. (2) Sheldrake verwijst in zijn boek ook naar de ideeën van de bioloog Waddington uit de jaren 1950. Waddington gebruikte een heuvellandschap als beeld voor de ontwikkeling van een embryo. Door een kleine verandering kan opeens een beekbedding veranderen en omgekeerd verandert de beek ook het heuvellandschap. Sheldrake denkt echter dat 'zijn' morfogenetische velden niet louter de ontwikkelingen van embryo's sturen, dat het geen metaforen zijn en dat ze ook niets te maken hebben met het soort velden waarmee fysici zich bezighouden. Hij vergelijkt ze wel met de 'onzichtbare' magnetische velden die ijzervijlsel kunnen rangschikken. Soortgelijke velden 'verklaren' hoe vissen in scholen kunnen zwemmen. Ook de onzichtbare band tussen honden en hun baasjes en duiven en hun hok zouden een kwestie van morfische velden zijn. (3)
Tijdens onze briefwisseling bleek al spoedig waar hij het idee vandaan had dat smeltpunten van nieuwe verbindingen door morfische resonantie stijgen, namelijk door 'een gesprek met een scheikundige, die me erop wees dat als morfische resonantie de morfische velden van kristallen telkens versterkt, dan moeten die niet alleen makkelijker kristalliseren, maar het sterkere veld van het kristal zou dan betekenen dat het kristal stabieler is en dat het smeltpunt dus ook zou stijgen hoe vaker de verbinding gekristalliseerd wordt.'
Wat zou die anonieme scheikundige bedoeld hebben? Als een zuivere stof aan het smelten, kristalliseren of stollen is, dan is die stof in twee vormen aanwezig. De kristalvorm heeft een iets lagere energie dan de vloeibare of opgeloste vorm. Er is energie voor nodig om de moleculen uit hun rooster los te maken en te laten meedoen aan het onordelijke gewemel in de vloeistof. De exacte hoeveelheid energie – en daarmee de temperatuur waarbij dit gebeurt – is heel moeilijk uit bijvoorbeeld de chemische formule af te leiden. En van alle mogelijke kristalstructuren de energetisch meest voordelige uitrekenen is al helemaal onbegonnen werk. Zelfs zoiets eenvoudigs als het vriespunt van water uit de grondbeginselen afleiden is tot op heden een onopgelost probleem.
De meeste chemici zijn maar wat blij dat de moleculen het zelf wel weten. Dat verbaast ze echter niet. Elk molecuul wordt elke seconde vele duizenden miljarden malen heen en weer gestoten door zijn buren. De meest waarschijnlijke toestand, namelijk die met de laagste energie voor de vaste fase, is zo gevonden, gewoon door vaak proberen als het ware. Als de moleculen of atomen niet voldoende tijd krijgen, dan vormen ze trouwens geen mooie kristallen. Een gesmolten stof die te snel wordt afgekoeld vormt een zogeheten glas. Dat is niet zo'n stabiel product als een kristal. Voor veel stoffen krijg je de beste kristallen als je een oplossing heel geleidelijk indampt.
De chemicus kan zo'n systeem van een of meerdere stoffen, mogelijk in meerdere fasen aanwezig, en mogelijk in staat met elkaar te reageren, beschrijven door een positie op een soort kaart. Bij elk punt op die kaart hoort een getal, de Gibbsenergie van het systeem. Wat het systeem doet als de totale energie verandert, is op die kaart af te lezen, even gemakkelijk als je aan een gewone hoogtekaart kunt aflezen waar het water naar toe zal stromen als je het op een bepaald punt laat vrijkomen. De ontdekking van deze 'sturende kracht' bij chemische processen gaat terug op de Franse chemicus Pierre Duhem, ze vormt de grondslag voor de chemische thermodynamica. Ze dateert van ongeveer een eeuw voor Sheldrakes ideeën op dit gebied, maar heeft daar niets mee te maken.
Cirkelredenering
De chemicus die Sheldrake adviseerde lijkt dus gedacht te hebben: makkelijker kristalliseren, dus lagere Gibbsenergie, dus hoger smeltpunt. Het morfische veld veroorzaakt dus een verandering van de Gibbsenergie. Dat klopt overigens niet met wat Sheldrake schijnt te denken, namelijk dat de morfische velden op de een of andere manier de moleculen helpen de waarschijnlijkheidswetten te omzeilen tijdens het proces van faseovergang, zonder dat de uiteindelijk gevormde kristallen anders zijn. 'Een essentieel kenmerk van morfische velden is dat ze intrinsiek probabilistisch zijn' (Presence, p.119), en meer in het bijzonder schreef hij ons: 'er zijn vele alternatieve structuren mogelijk ... morfische velden begunstigen één patroon van kristallisatie en het andere niet, en des te vaker dit gebeurt, des te sterker worden de velden.'
Als je wetenschappers voor een proef wilt interesseren dan zul je toch iets van een reden moeten aangeven. Wij vroegen Sheldrake of hij ook voorbeelden kende van stoffen die in de loop der tijden een hoger smeltpunt hadden gekregen. Hij antwoordde: 'ik heb de scheikundige literatuur gecontroleerd, en ontdekte dat er aanzienlijke stijgingen hadden plaatsgehad in de gerapporteerde smeltpunten, in sommige gevallen 20 graden of meer.' Hij wist ook wat scheikundigen daarvan vonden: 'het antwoord dat ik het vaakst hoorde was dat de smeltpunten in de loop der tijden stijgen omdat de chemici steeds beter worden in het maken van zuivere stoffen, en dat daardoor de smeltpunten steeds minder verlaagd worden door onzuiverheden.' Maar toen hij vroeg hoe ze wisten dat hun preparaten ook echt zuiverder waren, was het antwoord 'ze moeten wel zuiverder zijn omdat de smeltpunten omhoog gaan.' 'In other words the argument is circular,' concludeerde Sheldrake.
Dat is maar een heel klein beetje waar. Iedereen weet dat zout water niet gemakkelijk bevriest, daarom wordt er ook met pekel gestrooid als het glad is. Kan een pietsje onzuiverheid dan een smeltpunt fors verlagen? Dat is zeker waar. Een onzuiverheid veroorzaakt een smeltpuntverlaging die evenredig is met de graad van onzuiverheid en met het kwadraat van de (absolute) temperatuur. In de noemer van de formule staat echter de smeltwarmte. IJs heeft een gigantische smeltwarmte, vandaar dat je 's winters zoveel pekel nodig hebt, maar voor stoffen die met maar een klein beetje extra warmte smelten, kan een kleine verontreiniging al een grote gevolgen hebben. Dat is niet puur een ervaringsfeit dat zomaar wordt geëxtrapoleerd naar onbekende stoffen. De formule kan afgeleid worden uit de wetten van de warmteleer.
Scheikundigen hebben heel veel mogelijkheden om na te gaan of een stof wel zuiver is of niet. Nieuw gesynthesiseerde stoffen gaan al veertig jaar eerst in de NMR-machine, die de scheikundigen vertelt wat voor vlees ze eigenlijk in de kuip hebben, en hoeveel rommel er nog bij zit. Ook gaschromatografie, massaspectrometrie en elementanalyse kunnen gebruikt worden om de zuiverheid vast te stellen, en er zijn nog andere methoden. Het vak scheikunde heet niet voor niets zo: beroepsscheikundigen besteden een flink deel van hun tijd aan het scheiden en zuiveren van substanties en het opsporen en elimineren van onzuiverheden. Vroeger kan het smeltpunt wel gebruikt zijn om in speciale gevallen de zuiverheid te controleren, maar het exact bepalen van een smeltpunt is een heel gedoe. Het lukt trouwens alleen om behoorlijke kristallen te krijgen wanneer je de stof al behoorlijk ver gezuiverd hebt.
Absolute zuiverheid is trouwens net zo moeilijk te realiseren als het absolute nulpunt. Vermenging is een vorm van wanorde, net als de warmtebeweging van moleculen, en dus nooit helemaal uit te bannen. Veel organische stoffen worden verkregen door ze uit een oplossing neer te slaan, maar dan zal er vaak een beetje oplosmiddel als onzuiverheid aanwezig blijven. (4)
Onbetrouwbare bijbel
Al met al snijdt de opmerking 'het is een cirkelredenering' weinig hout, gezien de moderne chemische praktijk. De 'waarneming' dat smeltpunten in de literatuur omhoog gaan heeft een voor de hand liggende verklaring (verbeterde zuiverheid) die absoluut niet op diezelfde waarneming steunt. En áls in het lab een dergelijke stijging wordt waargenomen, dan is er meestal een overvloed aan gegevens beschikbaar waarmee de gelijktijdige verbetering van de zuiverheid geboekstaafd kan worden.
De opmerkingen van scheikundigen over het algemene verschijnsel van stijgende smeltpunten in de literatuur zijn van hetzelfde type als de conclusie van een automobilist die bij vorst over een natte weg door een besneeuwd landschap rijdt. Als die de vraag krijgt of er wel écht zout op de weg ligt, zal die terecht antwoorden 'allicht, de sneeuw is toch gesmolten?' zonder daarmee een kennistheoretische zonde te begaan. De automobilist weet namelijk hoe de wereld in elkaar zit, en gebruikt die kennis om de meest voor de hand liggende conclusie te trekken over de aanwezigheid van zout op de weg. En ook de wetenschapper zal zich voor tamelijk duidelijke zaken van alledaagse taal bedienen.
Kon Sheldrake ook concrete gevallen noemen van gestegen smeltpunten? En als zijn verklaring hout sneed, waarom gingen dan niet alle smeltpunten steeds maar door met stijgen?
Veel van Sheldrakes voorbeelden kwamen uit catalogussen van leveranciers van chemicaliën en handboeken zoals de Merck Index, of het CRC Handbook of Chemistry and Physics, de 'Rubber Bijbel', die elk jaar met een nieuwe editie uitkomt. De meeste van zijn voorbeelden waren aminozuren. Sheldrake schreef dat hij veel van de smeltpunten zelf had gecontroleerd (preciezer: 'by a research assistant employed for this purpose, working blind'), om te kijken of de opgaven van de leverancier (Aldrich in zijn geval) wel klopten.
Sheldrakes voorbeelden bleken bij nader inzien behept te zijn met allerhande problemen. Zo zou het smeltpunt van cocaïne-hydrochloride omhoog gegaan zijn van 182-186 in 1918 tot 197 graden thans. Maar de moleculen van cocaïne zijn niet spiegelsymmetrisch. Wij vonden 197 graden voor het ('natuurlijke') hydrochloride en 187 graden voor het racemisch mengsel, dat wil zeggen een mengsel van cocaïnemoleculen met verschillende ruimtelijke rangschikkingen van atomen. Waar sloeg de melding uit 1918 op? Als dat een racemisch mengsel was, dan was dit een slecht voorbeeld.
Een ander voorbeeld is de beroemde crownether 18-crown-6 (Charles J. Pedersen, de ontdekker van deze stof, kreeg er in 1987 de Nobelprijs voor, samen met Donald J. Cram en Jean-Marie Lehn). In de allereerste publicatie uit 1977 wordt 38-39,5 graden vermeld als smeltpunt, maar nu 42-45 graden. Dat is al een veel minder groot verschil dan de 15 graden van het vorige voorbeeld. Maar zolang de zuiverheid er niet bij staat is er niets van te zeggen. Sheldrake geloofde dat niet zo erg: 'competente scheikundigen ... nemen alle voorzorgen om onzuiverheden te verwijderen,' en zouden toch geen smeltpunt gepubliceerd hebben van een onzuivere stof? Maar scheikundigen bepalen smeltpunten van nieuwe stoffen vaak alleen maar omdat de tijdschriften dat eisen, ze vinden ze niet echt belangrijk.
Rode vlag
Dan hadden volgens Sheldrake enkele aminozuren een smeltpunt dat recentelijk niet veranderd is. Ook dat was volgens hem een bevestiging van zijn theorie, want dat waren nu juist aminozuren die in de natuur al in kristalvorm voorkomen. Een voorbeeld was asparagine. Dat dient voor het stikstoftransport in planten als lupine, 'en wordt bij hoge vochtigheid afgescheiden aan de toppen van de bladeren, waar het dan kristalliseert.' Omdat het plantensap nog wel andere stoffen zal bevatten dan uitsluitend asparagine, lijkt het onaannemelijk dat dit erg zuivere kristallen zijn. Volgens Sheldrake was het smeltpunt van asparagine 236 graden in de literatuur van 1930 maar ook in die van 1993. Wij vonden eveneens waarden die in de buurt van 236 lagen. Voor D-asparagine vermelden twee verschillende catalogussen echter 280 graden – plus de opmerking dat alle vormen van asparagine ontleden bij smelten. Als Sheldrake gelijk had, dan zou het 'natuurlijke' L-asparagine een hoger smeltpunt moeten hebben dan het 'synthetische' D-asparagine.
De gebruikte bronnen zijn gewoon niet betrouwbaar genoeg. Een voorbeeld is het aminozuur threonine. De catalogus van Aldrich geeft voor L-threonine (dat gewoon in de natuur voorkomt) 256 graden en voor het synthetische D-threonine 274 graden, beide met een gelijke graad van zuiverheid. Dat kán niet. Iemand die een dergelijk verschil tussen stoffen zou kunnen vinden waarvan de moleculen spiegelbeelden van elkaar zijn, zou onmiddellijk wereldberoemd worden. Lee en Yang kregen in 1957 de Nobelprijs omdat ze een uiterst subtiel verschil konden vinden tussen spiegelbeeldige kerndeeltjes. Als stoffen met spiegelbeeldige moleculen zich verschillend gedragen bij toe- of afvoer van warmte, dan is het verschil zo gering dat niemand het ooit ontdekt heeft. Hoe dan ook, vergelijking met andere bronnen suggereert dat 256 goed is. Het getal 274 is de een of andere fout. Sheldrake vond een smeltpunt van 239 uit 1939 en 270 uit 1993. Voor de chemicus is een D- en L-vorm met verschillende smeltpunten een rode vlag: oppassen, dit is onbetrouwbaar! Sheldrake ziet geen probleem bij verschillende smeltpunten voor de D- en L-vorm: 'deze verschillen tussen D- en L-verbindingen zijn schering en inslag, en als ze een Nobelprijs waard zijn, dan had iemand die allang gekregen.... Ik pretendeer niet dat ik kan uitleggen waarom de D- en L-vormen verschillende smeltpunten hebben. Dat laat ik over aan de chemici die gespecialiseerd zijn in kwantummechanica.' Maar bij nader inzien verklaarde hij dat 'van het standpunt van morfische resonantie ze [de D- en L-vorm] eigenlijk gelijkwaardig zouden moeten zijn. ... Voor zover ik weet heeft niemand er veel aandacht aan besteed.'
Vierminutenmijl
Daar komt nog bij dat veel van die organische stoffen zoals aminozuren ontleden bij het smelten. Hier moeten we iets uitleggen over smeltpuntbepalingen. Die gebeuren door een heel kleine portie van de stof door een soort microscoop te bekijken terwijl de temperatuur langzaam wordt opgevoerd. Bij sommige methoden wordt een heel klein beetje van de stof in een capillairbuisje gewriemeld, dat vervolgens (eventueel na afsluiting) in een vloeistofbad wordt geplaatst. Men neemt het smelten waar doordat het ondoorzichtige veelal witte poeder van uiterlijk verandert. Maar als de stof ontleedt verandert het uiterlijk ook. Je weet dus niet zonder meer of je naar ontleden of smelten zit te kijken. In het algemeen moet men smeltpunten 'met ontleding' (dat staat er vaak bij in de tabellen) niet al te ernstig nemen. Aan ontleden versus smelten tilde Sheldrake niet zo zwaar: 'morfische resonantie maakt de kristallen stabieler. Dat wordt weerspiegeld door een hoger smeltpunt of een hogere ontledingstemperatuur.'
De stevigheid waarmee de atomen in een molecuul aan elkaar vastzitten is echter heel wat anders dan de stevigheid van een kristalrooster. En hoewel de meeste aminozuren niet in kristalvorm in de natuur voorkomen, komen althans de L-vormen van de moleculen naar schatting al vier miljard jaar in enorme hoeveelheden op aarde voor, en zowel de D- als de L-vormen al veel langer op enorme schaal in planetaire nevels door de hele kosmos (en mogelijk al in kristalvorm ook). Het is zelfs in Sheldrakes systeem volstrekt onduidelijk hoe het kristalliseren van zulke stoffen de moleculen ook nog eens zou kunnen verstevigen. Dat is zoiets als vissen die door mysterieuze velden leren in scholen te zwemmen, en die daarenboven door dat in scholen zwemmen ook nog eens steviger graten en schubben krijgen.
En zo was er bij alle concrete voorbeelden van Sheldrake wel wat aan de hand. Het enige aminozuur dat niet ontleedt bij smelten is fenylalanine, en daar ziet men dan ook dat de D- en L-vorm vrijwel exact hetzelfde smeltpunt hebben. Niettemin schelen ze nog een graad of twee, maar aan de gegevens kan men zien dat de D-vorm een fractie zuiverder is. Een standaardoplossing van de L-vorm verdraait het polarisatievlak van licht over ongeveer 33 graden, terwijl precies evenveel van de D-vorm het licht 35 graden de andere kant op draait.
Echt betrouwbare gegevens zijn er wel in gespecialiseerde wetenschappelijke literatuur, maar dan worden er nauwkeurige gegevens verstrekt over de zuiverheid van de onderzochte stoffen. Zulke gegevens heeft Sheldrake echter niet verstrekt. Hij vroeg ons hem te helpen met zoeken.
Dat smeltpunten niet alsmaar blijven stijgen was voor Sheldrake geen probleem: 'elk proces in de natuur gaat naar een limiet. Neem bijvoorbeeld de vierminutenmijl.' De mijl wordt nu in iets minder dan vier minuten gelopen, maar in twee minuten zal wel nooit gebeuren. Het is echter aanvechtbaar om menselijke topprestaties op atletiekbanen als model voor 'elk proces in de natuur' te nemen, of zelfs maar voor elk door mensen in gang gezet proces. Voor het aantal mensen op aarde of de hoogst bereikbare temperatuur of de capaciteit van computers zijn voorlopig nog geen onneembare limieten in zicht. En de afmetingen van de stukken ijs die van gletsjers afbreken, de duur van regenbuien of de kracht van aardbevingen gaan ook niet naar een limiet. Die blijven maar variëren, net als de talenten of de gezondheid van nieuwgeboren mensen. De vierminutenmijl is trouwens net zo goed een ontkrachting van morfische resonantie, want sinds het doorbreken van de vierminutengrens loopt niet elke mens de mijl binnen de vier minuten. Het blijft een topprestatie.
Chemie op z'n kop
Als een kristal van de een of andere substantie zich vormt dan zal het allereerste microscopisch kleine kristalletje (met afmetingen minder dan een tiende millimeter) al gauw opgebouwd zijn uit zo'n honderdduizend lagen en zo'n 10 tot de macht 15 (een miljoen maal een miljard) moleculen bevatten. En voor je genoeg van de stof hebt, zullen er duizenden van die kristalletjes gevormd zijn. Je zou zeggen dat de stof al snel voldoende geoefend heeft met kristalliseren. Als het gaat over koolmezen of mensen dan volstaat volgens Sheldrake al veel minder dan een miljard maal oefenen om een bepaald type ingewikkeld gedrag te bevorderen. Ook hier kregen we geen duidelijk antwoord: 'ik neem aan dat het effect van morfische resonantie niet betekent dat het smeltpunt zijn maximum bereikt bij het tweede kristal dat gevormd wordt, maar veeleer de limiet bereikt als deel van een veel langduriger proces.' Sheldrake gelooft dus dat kristallen flink vaak moeten oefenen.
Andersom neemt hij aan dat de morfische velden zich zonder verzwakking over de ruimte uitbreiden, en in beginsel na eeuwen nog even krachtig zijn als na een milliseconde. Dit is heel anders dan de gebruikelijke velden in de natuurkunde. Stel dat een reeds lang verdwenen beschaving die een miljard jaar geleden aan de andere kant van de Melkweg in de weer geweest is met scheikunde. Zouden wij dan nog wat kunnen vinden? Met andere woorden, als wíj niets vinden, dan zit de uitvlucht al in de theorie gebakken. Een proef waarbij geen enkel effect gevonden wordt kan niet dienen om de theorie te ontkrachten.
Er is een algemeen probleem met Sheldrakes hypothese. Zoals gezegd kunnen we met de Gibbsenergie het gedrag van combinaties van verschillende stoffen en fasen voorspellen. De Gibbsenergie heet, als die op één stof betrekking heeft, de chemische potentiaal. Hoe stabieler een kristal of chemische verbinding, hoe lager zijn potentiaal. Als je de chemische potentialen van benzine en zuurstof optelt, komt er meer uit dan de som van de potentialen van de verbrandingsproducten water en kooldioxide. Daarom kan die verbranding nuttige arbeid opleveren.
Als kristallen van een stof niet een enkele chemische potentiaal zouden hebben, maar in plaats daarvan een lagere naarmate ze vaker gevormd zijn, dan zou dat zeer veel gevolgen hebben. We zouden niet meer van een potentiaal van een stof kunnen spreken. Als iets dergelijks met de gravitatiepotentiaal zou gebeuren, zou een berg of een heuvel lager worden naarmate hij vaker beklommen is (misschien iets voor een skeptische proef?), of de zwaartekracht zou daar gewoon wat minder worden. Nieuwe batterijen zouden minder spanning leveren naarmate er meer van gemaakt worden. Chemische reacties zouden trager verlopen. Het is natuurlijk denkbaar dat stoffen helemaal geen vaste chemische potentiaal hebben en dat Duhem zich deerlijk vergist heeft. Het is echter ondenkbaar dat de onwerkbaarheid van dit centrale begrip in de scheikunde noch nooit is opgevallen aan beroepschemici. Met andere woorden, Sheldrake wil de hele chemie op zijn kop zetten op basis van slecht gedocumenteerde anekdotische gegevens.
Dat een nieuwe verbinding gaandeweg steeds makkelijker in zuivere (kristal)vorm verkregen kan worden, is bekend. Dat lijkt op een leerproces, en dat is het ook! Het zijn echter de chemici die steeds handiger worden, niet de stoffen.
Toen onze briefwisseling met Sheldrake begon reageerde hij terughoudend. 'Ik ben,' zo zei hij, 'geen paragnost met een claim, maar een wetenschapper die een hypothese voorstelt.' Hij voelde niets voor een polemiek. Met andere woorden, hij had niet het gevoel dat de uitkomst van een proef ook maar iets van zijn theorie zou kunnen weerleggen. In een latere brief ontdooide hij wat. 'Ik stel deze dialoog met jullie op prijs, en vooral de manier waarop jullie bereid zijn naar de gegevens te kijken.' Maar hij maakte glashelder dat hij niet van mening zou veranderen als een proef hem geen gelijk zou geven: 'Ik ken niemand die van mening veranderd is op basis van een enkele proef. Ik ken zeker geen skepticus die bereid was zijn mening te wijzingen op grond van de positieve resultaten die ikzelf behaald heb, ofschoon die de materialistische wereldbeschouwing lijken te verwerpen waar vele skeptici in schijnen te geloven.' Sheldrake ziet eventuele proeven meer als pogingen om eens te kijken wat er gebeurt.
Maar hoe langer we over de voorgestelde proef nadachten, hoe minder we er in zagen. Sheldrake wilde een portie van nieuw gemaakte stoffen in de koelkast laten bewaren. Maar hij liet in het midden of dat oplossingen zouden zijn, of kristallen. Zouden volgens zijn theorie reeds gevormde kristallen alsnog blijken een hoger smeltpunt te hebben, als elders in het lab de productie van steeds zuiverder kristallen doorgaat? Dat lijkt onlogisch, want het smeltpunt hangt volgens hem samen met het 'gemak' van het kristalliseren. Of zouden de onderzoekers de vloeistof moeten bewaren en daaruit na een half jaar of zo kristallen bereiden? Als ze dan hun inmiddels verbeterde techniek toepassen – en dus aantoonbaar zuiverder kristallen krijgen – dan is er niets bewezen. De onderzoekers moeten dus na een half jaar of zo hun oude techniek nog eens toepassen op de bewaarde flesjes, ook van stoffen die verder niet onderzocht zijn. Behoorlijke blindering wordt een heidens karwei. (5) Al met al een hoop werk met omslachtige en overbodige smeltpuntsbepalingen. En Sheldrake heeft geen enkele klemmende reden gegeven, geen enkel onverklaarbaar feit aangedragen, dat al die extra moeite rechtvaardigt.
In principe lijkt Sheldrakes idee wel een toetsbare hypothese, maar het is onduidelijk wat de precieze hypothese is. De meeste chemici zullen er geen brood in zien om hier tijd in te steken. Er is een goede theorie voor historische stijgingen van smeltpunten: toenemende zuiverheid. Er zijn geen betrouwbare aanwijzingen dat die theorie ontoereikend is.
Elke wetenschapper is tegenwoordig een flink deel van zijn of haar tijd kwijt met het maken van plannen waaruit blijkt dat het enige zin heeft geld en moeite in het onderzoek te stoppen. Voor de gewone scheikundige is er niets te onderzoeken aan Sheldrakes theorie. Het enige nuttige effect van een proef die dit nog eens ten overvloede laat zien zou kunnen zijn dat Sheldrake zijn theorie althans wat kristallen betreft in de prullenbak gooit. Maar ook dat hoeven we niet te verwachten.
Aan de woordenlijst op www.sheldrake.org ontlenen we:
Hypothese van Vormgevende Veroorzaking: De hypothese dat organismen of morfische gehelen (zie aldaar) worden georganiseerd door morfische velden (zie aldaar) op alle niveaus van complexiteit. De morfische velden worden op hun beurt beïnvloed en in stand gehouden door morfische resonantie (zie aldaar) met alle vorige soortgelijke morfische gehelen.
Morfische gehelen oftewel holons: atomen, moleculen, kristallen, organellen, cellen, weefsels, organen, organismen, groepen organismen, ecosystemen, planetaire systemen, zonnestelsels, melkwegstelsels. Ook patronen van instinctief gedrag zijn morfische eenheden, evenals atoomkernen en kerndeeltjes. De hele wereld bestaat dus uit grote en kleine holons.
Veld: een gebied van fysieke invloed. Velden zijn geen vorm van materie, materie is energie die door velden gebonden is. Behalve de velden van de natuurkunde zijn er ook morfische velden.
Morfisch veld: een veld in en om een morfisch geheel dat de kenmerkende structuur en activiteitenpatroon ervan organiseert. Morfische velden kunnen morfogenetisch, mentaal, cultureel enzovoorts zijn.
Morfogenetisch veld: oorspronkelijk een biologische term die sloeg op ontwikkeling van organismen; bij Sheldrake een morfisch veld dat door morfische resonantie blijft bestaan.
Morfische resonantie: de invloed van morfische gehelen op volgende gelijksoortige morfische gehelen. Deze invloed verzwakt niet in de loop van de tijd of over grote afstand, maar is wel sterker naarmate de holons op elkaar lijken. Een holon kan resoneren met zichzelf in het verleden. Daar berusten alle vormen van geheugen op.
In The Presence of the Past beweert Sheldrake dat morfische velden essentieel probabilistisch zijn. Ze hebben vaak een uitwerking op dingen die grotendeels door het toeval bepaald worden: moleculen die zich in een patroon rangschikken, zenuwcellen die al dan niet actief worden enzovoorts. Bovendien treedt morfische resonantie op met grote aantallen organismes (holons) die min of meer lijken op maar niet exact identiek zijn met het nieuw gevormde holon.
Op zijn website gaat Sheldrake wat verder: de informatie in de morfische velden komt waarschijnlijk uit de kwantumverbondenheid en het hyperuniverseel bewustzijn. Het succes van de hogerdimensionale natuurkunde zou dit bevestigen.
Terug naar de hoofdtekst
Noten
1. Voor proeven die enigszins in de richting gaan zie: Francisco J. Varela en Juan C. Letelier, Morphic Resonance in Silicon Chips, Skeptical Inquirer 12 (3) (Spring 1988), p.298-300. Morphic resonance test (Letters), Skeptical Inquirer 13 (1) (Fall 1988), p.100-101. Follow-Up, Skeptical Inquirer 13 (2) (Winter 1989), p. 203-205. Zie ook Skepter, december 1991.
2. De alleroudste ideeën die in deze richting gaan dateren echter al van het begin van de jaren 1920; Waddington dacht al in die richting in de jaren 1930. Zie The Presence of the Past, p. 99 en verder. (Noot toegevoegd voor de website.)
3. J.W.F. Nuboer onderzocht hoe het met duiven en hokken zit. Hij constateerde dat duiven bij het terugvliegen naar hun hok volledig op visuele aanwijzingen vertrouwen. Zie zijn bijdrage in Randverschijnselen in wetenschap, Skeptische Notities 13, p.97-99.
4. Dit is niet helemaal nauwkeurig. Men kan zich beter voorstellen dat de verkregen stof (in oplossing) nog vermengd is met restanten van de reagerende stoffen waar de stof uit verkregen is en andere onzuiverheden. Bij het indampen kristalliseren sommige van deze mee. Bij het smelten verkrijgt men dan weer een vloeistof die bestaat uit de stof waar het om gaat met de onzuiverheden daar in opgelost. (Noot toegevoegd voor de website.)
5. Na publicatie van dit artikel gaf Sheldrake uitsluitsel over deze kwestie. Hij wil de kristallen bewaren. Hij ziet enerzijds de morfogenetische velden als een soort katalysatoren voor het kristallisatieproces, maar anderzijds denkt hij dat eenmaal gevormde kristallen toch een ander smeltpunt krijgen als in hetzelfde lab of elders gelijksoortige kristallen opnieuw gemaakt worden. Hij erkent dat als de Gibbsfunctie een onveranderlijke grootheid is, zijn hypothese niet klopt, maar stelt anderzijds dat de Gibbsfunctie geen deel uitmaakt van zijn redenering. Toch formuleert hij de hypothetische werking van het veld in termen van krachten die het kristal steviger maken. Van klassiek chemisch standpunt hoeft de Gibbsfunctie niet te dalen bij het 'steviger' worden van een kristal, omdat dit gepaard kan gaan met gelijktijdige daling van de entropie (ruwweg de hoeveelheid bewegingsvrijheid van de moleculen in het kristal). Hoe dan ook, Sheldrakes expliciete ontkenning dat de Gibbsfunctie iets met hogere smeltpunten van doen heeft is in strijd met wat hij er impliciet over zegt in termen van verklaringen. (Noot toegevoegd voor de website.)
----------------------------------------------------- ---------------------------
Commentaar van Sheldrake plus een reactie van de auteurs
Van Genderen e.a. (Skepter, juni 2001) baseerden hun artikel op een lange briefwisseling met mij. Zij concludeerden dat het onmogelijk en onnodig is te testen of kristallen kunnen `leren'. Ik ben het niet met ze eens.
Ik ben net als de auteurs een skepticus, maar van een ander soort. Ik zet vraagtekens bij een van de grondprincipes van de huidige wetenschap. Ik geloof dat mijn radicale vragen essentieel zijn voor vooruitgang in de wetenschap. Daarentegen tonen Van Genderen e.a. zich skeptisch jegens uitdagingen van de gevestigde orde in de wetenschap en zij kennen zich de rol toe van verdedigers daarvan.
Het gaat om een aanname die al in de 17de eeuw is verwerkt in de grondslagen van de moderne wetenschap. Deze aanname was oorspronkelijk gebaseerd op het theologische argument dat de natuurwetten door God geschapen waren, en dus goddelijk zijn in hun onveranderlijkheid, universaliteit en almacht.
In de wetenschap is het idee van onveranderlijke natuurwetten een ingewortelde denkgewoonte geworden. Er scheen geen reden aan dit idee te twijfelen, tot het ogenblik dat de Oerknal tot de orthodoxie ging horen. Nu hebben we echter een evolutionaire kosmologie. Heeft het nog wel zin om in deze context te zeggen dat de natuurwetten vastgelegd werden op het ogenblik van de Oerknal, als een soort kosmische code Napoléon? Of zouden die wetten al hebben bestaan voor de Oerknal, onafhankelijk van het universum? Dat zijn duidelijk metafysische beweringen. Evolutionaire kosmologie opent de mogelijkheid dat de zogenaamde natuurwetten zelf evolueren.
We kunnen ons zelfs afvragen of het idee van natuur-'wetten' wel zin heeft. Dit is een uiterst antropocentrisch begrip, omdat alleen mensen wetten hebben. Zoals de Engelse schrijver C.S. Lewis eens zei: `als we zeggen dat een steen op de grond valt omdat die een wet gehoorzaamt, dan maken we er een mens en zelfs een burger van.' Ik stel voor dat de regelmaat van de natuur meer een kwestie is van gewoonte dan van wetten. Gewoonten houden een soort onbewuste herinnering in. In mijn Hypothese van Vormgevende Veroorzaking suggereer ik dat zelforganiserende systemen, waaronder moleculen, kristallen, cellen, organismes en dierengemeenschappen worden georganiseerd door morfische velden die een inherent geheugen bevatten dat verschaft wordt door een proces dat ik morfische resonantie noem. In mijn boek The presence of the past werk ik deze hypothese meer in detail uit.
Volgens deze hypothese is er de eerste keer dat een nieuwe chemische stof kristalliseert in de geschiedenis van het universum, nog geen eerder bestaand morfisch veld voor deze stof. Maar als de stof is herhaaldelijk is gekristalliseerd, zal er een cumulatief effect zijn. Daarom zal het gemiddeld makkelijker worden die substantie te kristalliseren.
Het is bekend onder chemici dat stoffen de eerste keer maar moeilijk te kristalliseren zijn. Naarmate de tijd verstrijkt, gaat het over de hele wereld steeds makkelijker. Chemici zeggen vaak dat dit is omdat stukjes van eerdere kristallen van lab naar lab worden getransporteerd in de baarden van reizende chemici, en zo fungeren als kristallisatiekernen. Of ze zeggen dat deze kernen als microscopische stofdeeltjes worden verspreid door de atmosfeer. Voor zover ik weet zijn deze hypotheses nog nooit getest. Ik voorspel dat dit toenemend gemak van kristallisatie zich ook voordoet als bezoekende chemici buiten de deur gehouden worden en stof uit de lucht wordt weggefilterd.
Ik wil suggereren dat het morfische veld van het kristal werkt doordat het kristallisatieproces in een patroon geduwd wordt, namelijk naar een van de vele structuren met minimale energie waarnaar de stof zich kan conformeren. Morfische resonantie van kristallen uit het verleden kunnen het morfische veld versterken, en zo wordt het niet alleen makkelijker om de stof te kristalliseren, maar het wordt ook beter bestand tegen verstoring. Daarom is een hogere temperatuur nodig om het kristalrooster uiteen te doen vallen. Daarom zou het smeltpunt stijgen.
Volgens de hypothese van morfische resonantie zullen stoffen die al miljoenen jaren lang in de natuur hebben gekristalliseerd geen of weinig verandering van smeltpunt vertonen in de afgelopen tientallen jaren, gedeeltelijk omdat morfische resonantie asymptotisch naar een limiet gaat waar andere begrenzende factoren in werking treden. Van Genderen e.a. ontkennen dat er zulke limieten zijn, en ze gebruiken de vierminutenmijl als voorbeeld. Maar vanzelf sprekend zijn er andere begrenzende factoren. Een viersecondenmijl zou onmogelijk zijn. De menselijke fysiologie heeft zeker grenzen. Zelfs de kleding heeft die. Als de atleten maar hard genoeg liepen zouden hun suspensoirs in vlammen uitbarsten!
Ook zou het extra effect van nieuwe kristallisaties maar gering zijn tegen een achtergrond van de invloed van miljoenen jaren in het verleden. Daarentegen zouden stoffen die in recente decades nieuw gesynthetiseerd of gekristalliseerd zijn, een stijging van hun smeltpunt vertonen.
Nienhuys schreef me in 1997 voor het eerst, waarbij hij mijn suggestie betwijfelde dat smeltpunten feitelijk konden veranderen. Ik verschafte toen data uit de chemische literatuur die aantoonden dat zulke stijgingen wel degelijk optreden, soms wel 30 graden. Toen zijn chemische coauteurs mijn gegevens controleerden vonden ze hetzelfde. Dus veranderden ze van tactiek en beriepen zich op theoretische argumenten. In het bijzonder beklemtoonden ze dat de enthalpie van een chemische stof niet kan veranderen, omdat aangenomen wordt dat deze constant is.
Dus in feite waren er veranderingen in smeltpunt geweest, dus vielen Nienhuys en consorten terug op de bekende cirkelredenering, namelijk dat als smeltpunten omhoog gaan, dit komt doordat de stoffen zuiverder worden. Een hoe weten we dat ze zuiverder zijn? Omdat ze hogere smeltpunten hebben! Als ze nu data hadden verschaft voor die toename in zuiverheid, dan had dit argument enige kracht gehad. In plaats daarvan probeerden ze bewijsmateriaal weg te verklaren dat niet bij hun overtuigingen paste, of verwierpen hinderlijke feiten als `drukfouten'.
Het komt erop neer dat ze beweerden dat smeltpunten van stoffen constant zijn, omdat chemici de gewoonte hebben te denken dat ze dat zijn. Maar of ze het nou leuk vinden of niet, in een evolutionair universum is de evolutie van de regels van de natuur een open vraag. De gemakkelijke leer dat alle wetten en `constanten' vast zijn, spreekt niet vanzelf. Als het universum en alles erin evolueert, dan zou het vreemd zijn als chemie daar op de een of andere manier immuun voor zou zijn.
Om misverstanden over mijn deskundigheid weg te nemen: ik promoveerde in de biochemie in de Universiteit van Cambridge, en gaf daar ook onderwijs in de biochemie en celbiologie. Ik was ook Research Fellow van de Royal Society.
Rupert Sheldrake, Londen
Naschrift Van Genderen, Koene & Nienhuys:
We hebben vanaf het begin af aan in onze correspondentie duidelijk gemaakt dat we als tussenpersoon wilden fungeren tussen Sheldrake en chemici in een farmaceutisch bedrijf. Om die over te halen hun tijd (en die van hun baas) te spenderen aan tests van Sheldrakes ideeën, moesten we ze toch een reden kunnen verschaffen.
Wat Sheldrake nu schrijft toont eens te meer aan dat zo'n reden er niet zal komen. Zijn theorie (die nog veel antropomorfer is dan de orthodoxe theorie!) vereenvoudigt geen bestaande kennis, en evenmin verklaart deze nieuwe verschijnselen zoals onverklaarde stijgingen in smelttemperaturen. We dachten dat we toch duidelijk genoeg hadden uitgelegd waarom zelfs minieme onzuiverheden smeltpunten drastisch kunnen veranderen. Hij heeft ons geen enkel voorbeeld getoond van een smeltpunt met een bijbehorende onafhankelijke zuiverheidsanalyse, laat staan dat hij ook maar één paar met wat jaren ertussen heeft getoond. Met andere woorden, hij produceerde geen nieuwe verschijnselen. Hij vindt dat wij zijn smeltpunten hadden moeten voorzien van opgaven van zuiverheid, maar dat is toch zíjn werk. Bij de vierminutenmijl draait hij de zaken analoog om, want híj is met het voorbeeld gekomen, en ons argument dat kristallen geen topatleten zijn, wordt niet weerlegd door hypothetisch brandend ondergoed.
Hij denkt dat zijn `velden' niet alleen als een soort katalysator werken voor het kristallisatieproces, maar dat ze de eenmaal gevormde kristallen ook stabiliseren. Dat zijn voor chemici twee totaal verschillende dingen. Sheldrake vermeldt zijn kwalificaties als biochemicus, en hij heeft allerlei meningen over de aard van kristallen en het smelten daarvan, en zelfs over de natuurwetten in het algemeen. Tot nu toe heeft hij echter nog niet begrepen dat de Gibbsenergie, waar het hier om draait, niet hetzelfde is als de enthalpie. Het is in feite de enthalpie minus temperatuur maal entropie. Bij het smelten neemt de enthalpie toe met de smeltwarmte, maar de Gibbsenergie verandert niet. Met andere woorden, Sheldrake schijnt de thermodynamica van kristalliseren, oplossen en smelten niet te begrijpen.
Daarom vrezen we dat scheikundige onderzoekers die we met testplannen zouden benaderen, snel alle belangstelling zouden verliezen, en hooguit zijn theorieën als conversatiestof voor bij de vrijdagmiddagkoffie zouden beschouwen, op gelijk niveau met de door Sheldrake genoemde baardkristalhypothese, het polywater, de koude kernfusie en andere onconventionele ideeën. De eenvoudigste verklaring voor dat makkelijker kristalliseren noemden we al: het zijn de chemici die van elkaar leren, niet de kristallen.
Misschien zijn er ergens nog wel chemici die Sheldrakes theorieën voor de sport willen testen. Ze gaan hun gang maar, als ze zich maar realiseren dat Sheldrake niet zo sportief zal zijn om zijn ideeën publiekelijk af te schrijven als de test in zijn nadeel uitvalt.
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
Ik moet het Sheldrake artikel nog ff helemaal tot me nemen maar over het eerste stuk dat je plaatst kunnen we heel kort zijn: wat een berg bullshit is dat zeg! Dat Noone de tijd heeft kunnen vinden dit alles te schrijven is een wonder op zich, het merendeel van de dag zal 'ie kwijt zijn aan het transporteren van glas richting de glasbak. Maar wat heeft Noone met Timewave Zero te maken? (volgens mij is het goede antwoord: Noone heeft helemaal NIETS met Timewave Zero te maken)
Als er al een overeenkomst te vinden zou zijn ligt die besloten in het feit dat beiden een radicale 'break' met de gevestigde wetenschappelijke dogmatiek vertegenwoordigen. En ja, dat is gevaarlijk in een wereld waar voorgekauwde feiten tot religie zijn verheven. Zoals in vroeger tijden kritiek op de kerk een absolute 'no-no' was wordt anno nu iedereen die zich keert tegen The God Of Science in het beste geval publiekelijk neergezet als een mallotige Don Quichotte op een tot mislukken gedoemde missie. Een duidelijker CAVEAT voor een ieder die nog onder de invloed van de sekte der wetenschap verkeert kan ik niet bedenken.
Dat laat onverlet dat ik nergens, maar dan ook nergens, een antwoord heb gelezen op de vraag : waarom is het eind van de geschiedenis per 21 december 2012 zoals beschreven door McKenna (op basis van Timewave Zero, niet op basis van de Mayaanse kalender, dat die ermee samenvalt is 'mooi meegenomen') geen gewone onzin maar zelfs pure onzin? Ik begrijp dat jij en Richard Noone een probleem hebben met elkaar en dat je waar het kan zijn hele denkwereld onderuit probeert te schoppen. En als al zijn hersenspinsels zo wankel zijn als het artikel dat je me toonde dan zul je daar met gemak in slagen. Maar beste Wouter, ik ken deze hele Richard Noone niet. Ik mag mezelf gelukkig prijzen met een bijzonder sceptische blik op dit alles, ik ben niet zo goed van vertrouwen en zelfs als ik ergens geloofswaarde aan hecht blijf ik op m'n hoede of toch niet ergens de geur van bullshit te bespeuren valt.
Ik ontdekte pas in '94 wat respektiekelijk McKenna, Abrahms en Sheldrake te melden hadden dus ik ben er nog niet zo lang mee bezig maar reken maar dat het merendeel van die negen jaar besteed is aan het zoeken naar 'waar klopt het niet'. Ik kan het niet vinden. Nu kan het zijn dat ik niet goed gezocht heb; aangezien jij heel stellig durft te beweren dat het onzin is (nee, pure onzin zelfs) ga ik er -nog steeds- vanuit dat jij gevonden hebt wat ik klaarblijkelijk heb gemist. Heb je iets gevonden binnen 'the novelty theory' wat niet klopt? (dat zou knap zijn, deze theorie is met ontzag ontvangen in de wetenschappelijke wereld, heeft niemand jou gebeld voor commentaar?)
Even heel direct dan maar: wat heb jij van Terence McKenna of van Rupert Sheldrake of van Ralph Abrahms gelezen eigenlijk? het zou toch vreemd zijn als je beweringen doet zonder de onderliggende info te kennen of denk jij daar anders over?
(...)
En dan het artikel over Sheldrake. Flinke lap tekst maar dat mogen we van de ghostbusters van Skepter wel verwachten. Ze scoren zeker punten, die lui maar ze zijn wel simpel zeg: kennelijk zonder schaamte noemen zij (alsof zij alle wijsheid in pacht hebben) het ondenkbaar dat professionele scheikundigen iets gemist zouden hebben dat Sheldrake voor waar claimt. Okee, ik neem aan dat dit voor de redactie en ghostbuster-crew van Skepter ondenkbaar is, maar godzijdank zijn er mensen die verder en (dare I say it) beter kunnen denken dan zij. Waarom zouden ze anders op de redactie op Skepter werken, als ze echt zo wijs zijn worden ze wel voor grotere projecten gevraagd dunkt me..
| Quote: |
| Sheldrake ziet eventuele proeven meer als pogingen om eens te kijken wat er gebeurt. |
Euh ... tja, ik zie een proef ook als een poging om eens te kijken wat er gebeurt. Is dat geen juiste definitie van het woord 'proef'?
Het laatste stuk is inderdaad het meest interessant en maakt kristalhelder (pun intended!) -middels Sheldrake's brief- dat het de luitjes van Skepter volledig over het hoofd gaat. Het zeer slappe weerwoord "we handelen als tussenpersonen voor professionele scheikundigen en die moeten natuurlijk wel een goede reden hebben om de proef uit te voeren anders willen hun bazen er geen geld in steken". Ja, dankje-de-koekoek, dat is toch de kinderlijkheid ten top! Hebben ze het eerste deel van die brief eigenlijk wel begrepen? Natuurlijk duld de 'gevestigde wetenschap' geen enkele critique, ze zijn veel te hard bezig zich voor te doen als de ultieme arbiters der waarheid. "De wetenschap", Wouter, is BOGUS! De wetenschap pokert met een half kaartspel omdat hun eigen kortzichtigheid hen belemmert alles van belang in aanmerking te nemen. En zeker nu "de wetenschap" fungeert als lakei van het kapitalistisch commercialisme (geen onderzoek kan worden uitgevoerd als er geen investeerder wordt gevonden en geen investeerder spendeert ook maar een cent als ze geen invloed op de onderzoeks-uitslagen hebben, wat een betrouwbare gegevens zal dat opleveren!).
Wat ik in het artikel zie is een gesprek tussen een hoogleraar en een opstandige brugklasser. En het is natuurlijk niet aan Sheldrake om diegenen die hem van kritiek voorzien eerst voldoende op te leiden, Skepter had gewoon slim genoeg moeten zijn om zijn werk te laten bekijken door redactie-leden die zijn werk begrijpen. Nu levert dat onderzoek weinig meer op dan een hoop geneuk achter de komma en weinig steekhoudende argumenten.
Maar het artikel zelf is zeker interessant, dank!
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
Ik ben niet zo iemand die de wetenschap als enige waarheid zou aannemen, integendeel: het is mijn overtuiging dat alles wat bruikbaar is voor iemand, ook waarheid is. Religie is even waar als wetenschap, het hangt gewoon af van jezelf.
Ik ben echter zeer gekant tegen de vermenging van werelden: een religieus leider dient zijn waarheid te verkondigen op religieuze wijze, en dus niet op bijvoorbeeld politieke of wetenschappelijke wijze. Omgekeerd is het ook zo dat wetenschappers hen waarheid wetenschappelijk moeten grondvesten. Je moet staan voor wat je staat, ofwel ben je religieus, ofwel ben je wetenschapper. Waar geen antwoorden zijn van de wetenschap, kan de wetenschapper geen antwoorden geven; omgekeerd waar Religieuzen tegen het wetenschappelijke botsen, dienen ze geen pseudo-wetenschap tegenover te plaatsen. Religieuze thema's moet je religieus aanpakken.
Daar zit het niet snor bij Sheldrake, ik heb hier slechts één artikel bovengehaald om de irrelevantie van Sheldrake aan te tonen, maar er zijn voorbeelden zat!
Wat Terence McKenna betreft, ik ken geen groter pseudo-wetenschapper; een echte goeroe. Hij is een drug-specialist overigens. Hij baseerde zich op de I tjing (!) om zijn theorieën te verkondigen. Onheilsprofeten genoeg, en dat wou ik aantonen in dat eerste artikel.
Mijn ervaring met wat ik "gelovers" noem, is dat ze nooit te overtuigen zijn, en blind zijn voor de echte waarheid. Dus... we spreken elkaar in 2012
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
| Quote: |
| Mijn ervaring met wat ik "gelovers" noem, is dat ze nooit te overtuigen zijn, en blind zijn voor de echte waarheid. Dus... we spreken elkaar in 2012 |
Jeetje, dat is zwak, wie zich niet 'laat overtuigen' (ik wist overigens niet dat dat het doel was??) is een "gelover" die blind is voor echte waarheid?
Ik ben niet snel sprakeloos maar .. goh.
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
| 19:09:05:13 schreef: |
| Quote: |
| Mijn ervaring met wat ik "gelovers" noem, is dat ze nooit te overtuigen zijn, en blind zijn voor de echte waarheid. Dus... we spreken elkaar in 2012 |
Jeetje, dat is zwak, wie zich niet 'laat overtuigen' (ik wist overigens niet dat dat het doel was??) is een "gelover" die blind is voor echte waarheid?
Ik ben niet snel sprakeloos maar .. goh. |
Ah neem het mij maar niet kwalijk
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
|
Berichten: 2141 Lid sinds: 17-8-2003 Laatst gezien: 6-12-2010
LDs:
Woonplaats: Wervik | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
| 19:09:05:13 schreef: |
| Quote: |
| Mijn ervaring met wat ik "gelovers" noem, is dat ze nooit te overtuigen zijn, en blind zijn voor de echte waarheid. Dus... we spreken elkaar in 2012 |
Jeetje, dat is zwak, wie zich niet 'laat overtuigen' (ik wist overigens niet dat dat het doel was??) is een "gelover" die blind is voor echte waarheid?
Ik ben niet snel sprakeloos maar .. goh. |
Ok, die laatste zin was zwak, als ik het herlees zie ik het. Maar wat met de rest van het betoog? Geen reactie?
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
| Quote: |
Geen reactie?  |
Ik was volop bezig (en op dreef, I might add!), wilde met alt+ASCII code een o met umlaut intikken (Schrodinger zonder umlaut mag gewoon niet!)
en stond ineens twee pagina's terug, bericht weg!!
En ik heb al zo'n wazig geheugen..
heheh
Ik waag zo een nieuwe poging (zo gemakkelijk ben je echt niet van me af hoor, Wouter) dat lukt alleen in dromen -- in de tussentijd is het misschien handig om 'es te kijken naar de vragen die nog onbeantwoord zijn gebleven ..
Eerst maar 'es op zoek naar het scheermes van William van Aukum,
ik heb zo het flauwe vermoeden dat die hier hard nodig is
kijk hier maar 'es als je m niet kent, Aukum's (of Occum's) Razor is hier geen overbodige luxe:
http://pespmc1.vub.ac.be/OCCAMRAZ.html
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
| Wouter_R schreef: |
|
Ik ben niet zo iemand die de wetenschap als enige waarheid zou aannemen, integendeel: het is mijn overtuiging dat alles wat bruikbaar is voor iemand, ook waarheid is. Religie is even waar als wetenschap, het hangt gewoon af van jezelf. |
De wetenschap, de moderne wetenschap, is een religie.
Als je me toestaat, even een korte geschiedenisles:
Algemeen aanvaard als de grondlegger van de moderne wetenschap is, zoals je weet, Rene Descartes. En zoals gebruikelijk was rond zo'n beetje 1600AD ging Descartes, als jonge man van stand na enkele jaren universitair opgeleid te zijn, op strooptocht door de achterlijke gebieden van Europa met het Habsburgse leger, om een beetje reiservaring op te doen, een beetje te plunderen, te vechten en te moorden, kortom; een echte man te worden. Zo ging dat in die tijd. Descartes was in die tijd vrij somber, uitgekeken op de beperkte visie van zijn collega-onderzoekers en de constante bemoeienis van de kerk die voor iedereen bepaalde wat wel en niet en op welke manier onderzocht mocht worden. En op een warme zomernacht, het legertje had een kamp opgezet in de grasvelden rond het stadje Ulm (synchronisiteitsfreaks opgelet: Ulm zou later de geboorteplaats worden van Einstein!) en de manschappen sliepen in het open veld, lag Descartes een beetje naar de sterren te kijken en begon langzaam in slaap te sukkelen. Niet voor lang want hij schrok wakker van een fel licht voor hem, dat alleen hij scheen te zien. Met samengeknepen ogen ontwaarde Descartes een Engel in dit blinkend licht en die Engel bracht Descartes een boodschap: "Maak een Nieuwe Wetenschap! Maak een Echte Wetenschap. De Echte Wetenschap der Natuur wordt bereikt met Exacte Metingen en Nummers"
Descartes ontsloeg zichzelf de volgende dag uit het leger, vertrok direct naar Holland (waar de kerk een gedoogbeleid voerde richting wetenschappers die in andere landen de mond genoerd zouden worden) en ontwikkelde de grondbeginselen van de Moderne Wetenschap, bedacht dat geometrie en algebra wel eens handig konden zijn om natuurkundige processen mee te beschrijven en publiceerde dit alles in 1637-1639.
Die wetenschap die jij met klem verwijderd wilt houden van al dat wat met religie te maken heeft vind zijn allereerste fundament in de Boodschap van een Engel uit een visioen!
De allereerste stap die de moderne wetenschap heeft gezet is aan de hand van een wezen dat je alleen maar in spirituele en religieuse kringen zult tegenkomen. En iedere volgende stap die daarna volgde, tot aan zo'n beetje het laatste decennium van de vorige eeuw, is de moderne wetenschap in de ban geweest van een theofobische haat-liefde relatie met God. Vanaf de Renaissance tot aan het eind van de vorige eeuw werd door wetenschappers gesproken over "het probleem van theologie", want theologie (zeker in de gedaante van een machtige kerk) is een probleem voor de moderne wetenschap. Zodra de macht van de kerk begon te minderen is geen middel geschuwd om ons een wereld te presenteren waarin alleen simpele, meetbare, formuleerbare zaken een rol mochten spelen. Alles om God om zo snel mogelijk out-of-the-picture te krijgen.
En daarin is de moderne wetenschap te ver doorgeslagen. Toen God eenmaal geen plaats meer had binnen het wetenschappelijk domein is men begonnen alles aan te pakken dat niet binnen het kader van Exacte Metingen paste: als je er geen liniaal langs kunt leggen, is het niet echt! Een dogma dat ook alleen maar door mannelijke wetenschappers ontwikkeld kan worden natuurlijk.
Wetenschappers hebben 1 gezamelijke vijand: het idee dat het bestaan, het universum, een doel heeft. Voor een wetenschapper is dat een verschrikkelijk iets, als je het aan ze voorstelt lopen ze rood aan en verloopt een gesprek ineens opvallend moeizaam. Het gehele fundament van de wetenschap valt of staat met de aanname dat ons bestaan een doelloos toeval is, dat het 1 keer ergens gebeurt is en dat het wel zo hoogst onwaarschijnlijk is dat het ergens anders nog een keer gebeurd dat je daar niet eens over na moet denken. En om dat te bekrachtigen heeft de moderne wetenschap ons het ene bewijs na het andere geleverd voor hoe onbelangrijk wij zijn in een zo onmetelijk groot universum. Ga maar na, de wetenschap vertelt ons dat we een op zich niet bijzondere planeet hebben, die om een doodgewone ster heendraait, wat zich in een ordinaire galaxy bevind in een heel rustig stukje van de melkweg. Niks bijzonders allemaal. Die marginalisatie van ons bestaan zouden we ons allemaal persoonlijk moeten aantrekken.
| Quote: |
| Ik ben echter zeer gekant tegen de vermenging van werelden: een religieus leider dient zijn waarheid te verkondigen op religieuze wijze, en dus niet op bijvoorbeeld politieke of wetenschappelijke wijze. |
Aldus de Wet van Wouter. Maar de Wet van Wouter bevat een omissie met de eigenschappen van een zwart gat : de moderne wetenschap kende een lucide moment in haar geschiedenis toen eind jaren 90 van de vorige eeuw Stephen Hawkings tot de schokkende ontdekking kwam dat al zijn publicaties onzin zijn *tenzij* hij het bestaan van een God in het universum toeliet. Nu heb ik daar als wanna-be-atheist zo m'n twijfels over (ik heb sowieso m'n twijfels over Hawking's werk) maar de moderne wetenschap die *jij* gescheiden wilt houden van religieuse aangelegenheden is zelf steeds meer die kant op aan het schuiven.
Iets verderop, in de afdeling quantumfysica is God allang geen vreemde meer, en als je nagaat welke absoluut krankzinnige gedachtensprongen je moet maken wil je het bestaan van zoiets dwaas als een top-quark kunnen begrijpen; dan lijkt religie toch ineens 'doodnormaal'.
| Quote: |
| Daar zit het niet snor bij Sheldrake, |
Zit Sheldrake niet te sarren, Sheldrake maakt zich aan niets meer en niets minder schuldig dan iedereen die zich met een -kunde of een -isme bezig houdt, als Sheldrake schuldig is dan zijn we allemaal schuldig!
| Quote: |
| Wat Terence McKenna betreft, ik ken geen groter pseudo-wetenschapper; een echte goeroe. |
Dat heeft ie zelf vrij krachtig bestreden toch. Waar ie dan wel terecht aan toevoegde dat iedere goede goeroe dat hoort te doen, maar toch
Neen, ik zie McKenna niet als een goeroe maar ik ben ook niet geinteresseerd in hoe hij genoemd moet worden of hoe hij herinnert moet worden (met enig respect, wat mij betreft, dit was geen slechte man en hij heeft in de vorm van Botanical Dimensions (een soort botanisch archief van met uitsterving-bedreigde plantensoorten) toch iets zeer waardevols achtergelaten).
Pseudo-wetenschap is een vaag begrip hoor. De echte ouderwetse hardcore heeft dat oordeel al klaar voor alle wetenschaps-sectoren die ontstonden na 1950. Fractale geometrie? Erkend en gewaardeerd door velen maar geloof het of niet, er bestaan nog altijd lieden die het een pseudo-wetenschap noemen.
| Quote: |
| Hij is een drug-specialist overigens. |
Ik begrijp niet wat je hiermee wilt zeggen.
Misschien wil je ermee zeggen dat zodra het woord 'drugs' op tafel komt te liggen er alleen maar bullshit zal volgen. Dat zegt de moderne wetenschap namelijk. En dat noem ik pokeren met een incompleet kaartspel.
| Quote: |
| Hij baseerde zich op de I tjing (!) om zijn theorieën te verkondigen. |
Ja, daar gaan mijn wenkbrauwen ook wel ff omhoog hoor. Ik snap geen ruk van die hele I ching, hexagram hier en hier maar niet daar en moet je ergens 64 hexagrammen proberen te krijgen. Ik heb wel meer te doen!
Ik zou mezelf echter een enorme lul vinden wanneer ik iets dat ik niet begrijp afdoe als onzin, maar als ik mezelf de vrijheid permiteer om even te negeren waar de formule van Timewave Zero (want verder heeft McKenna de I Ching nergens bijgehaald) op gebaseerd is zie of hoor ik geen onwaarheden. En hoewel het gerucht anders doet vermoeden ben ik blind noch doof, als ik onzin hoor moet ik toch in staat zijn onzin te herkennen?
| Quote: |
| Onheilsprofeten genoeg, |
Of misschien wel te weinig! Veel belangrijker vind ik dan dat ze een goed verhaal hebben, de meeste onheilsprofeten zijn zo godvergeten eenzijdig en als ze een keer een pestdag hebben dan vormen ze een sekte en wordt er collectief zelfmoord gepleegd. Van dat soort onheilsprofeten zijn er teveel zelfs!
Maar een onruststoker die de grenzen van het onderzoek net ff iets verder legt dan de gevestigde orde graag zou zien is ook een onheilsprofeet! Iedereen die met z'n denkbeelden van het geijkte pad stapt en zegt 'joh, dit zou ook weleens kunnen' wordt zo gezien. Angst voor verandering met een mix van de instinctieve angst voor alles dat onbekend is. Onbekend is onbemind. McKenna en consorten moeten hard knokken wil er erkenning zijn voor hun werk en ik meen dat ze daar voor een fors deel in geslaagd zijn (ja, niet bij jou dan, maar jij bent ook geen miljoenenpubliek in je eentje). Dat is waarschijnlijk waarom ik je niet hoor over Ralph Abrahms, een wiskundige kun je moeilijk afzeiken
Ik vind het zo wel ff genoeg eigenlijk
Laatst aangepast door 19:09:05:13 op Vr 17 Okt, 2003, in toaal 2 keer bewerkt
|
|
|
|  |
| |
| | | |
|
|
|
|
|
|
Berichten: 32 Lid sinds: 15-10-2003 Laatst gezien: 22-10-2003
LDs:
Woonplaats: Den Haag | | |
|
|
Geplaatst: Vr 17 Okt, 2003 |
|
|
nog ff,
is het verder nog iemand opgevallen dat dat Skepter artikel zich wel heel krampachtig richt op Rupert's bewering over de smeltpunten van kristallen? Die man heeft tonnen publicaties afgeleverd, diverse boeken gepubliceerd, overal ter wereld urenlange lectures gegeven en waar gaat het artikel over? De invloed van morfologische velden op de smeltpunten van kristallen en *that's it*
Stel, Ruup is inderdaad even te ver gegaan in dit aspect (hij had sowieso beter moeten weten dan de scheikunde te provoceren, die lui zijn explosief!). Big fucking deal. Richt je dan in die paar pagina's van dat kwaliteits blad op werk van hem dat *wel* deugt. Keus genoeg lijkt me.
Maar ja, dan zou het Skepter niet zijn natuurlijk. Willibrord Frequin is er niks bij
|
|
|
|  |
| |
| | | |
 | |
| |